Robert Feller Producties

Blog

In memoriam Bram Bart

09-04-2012

Robert Feller

Bram Bart, een van de meest gevraagde Nederlandse stemacteurs van de afgelopen decennia. Gisteren op veel te jonge leeftijd overleden aan een slopende ziekte. Ik kende hem niet persoonlijk, maar heb hem 5 jaar geleden eens geïnterviewd toen ik bezig was een boek te schrijven over Nederlandse voice-overs. Tot mijn spijt is het boek er nooit gekomen, maar ik schreef destijds wel onderstaande bio over Bram. Veel sterkte gewenst aan familie en vrienden.

In de animatieserie Bob de Bouwer speelt hij drie karakters: Bob de Bouwer zelf, Sput de halvegare vogelverschrikker en Meneer Elbers. ‘Als ik een aflevering terugzie en het is niet te horen dat ik alledrie de typetjes doe, dan vind ik dat wel kicken.’ Zijn grote kracht vindt Bram Bart zijn neutrale stemgeluid. Hij kan dat geluid bovendien makkelijk veranderen, waardoor je hem drie keer achter elkaar kunt horen, zonder dat je merkt dat hij het is. ‘Als je een opvallende stem hebt en je bent twee keer in één reclameblok te horen, zeggen mensen snel: daar heb je hem alwéér! Dat is niet echt handig.’
Bram Bart is een echte allround stem. Je hoort hem net zo makkelijk in animatiefilms en -series (Tarzan, Lilo & Stitch, Sesamstraat), commercials (Holland Casino, Honda) als lange commentaar teksten. Bovendien is Bram de stem van Bram in navigatiesysteem TomTom. Naast stemacteur is Bram ook toneelacteur, of misschien is het wel andersom. ‘Mijn passie ligt meer bij het toneel. Alleen heb ik het zo lang gedaan dat je er op een gegeven moment wel klaar mee bent om het hele land door te trekken. Als je dat vijf of zes dagen per week moet doen, heb je geen privéleven meer over.’

Bram Bart is opgegroeid in België. Daar is hij via een cabaretgroepje het stemmenwerk ingerold. ‘Het was ergens in 1985, toen zocht iemand in mijn cabaretgroepje een stem voor in een studio. Hij dacht dat ik dat wel zou kunnen. Toen ben ik begonnen bij een klein bedrijfje dat lokale commercials maakte voor piratenzenders.’ Eén van zijn eerste commercials kan hij zich nog goed herinneren. ‘Dat was voor Hoek Loos, een persluchtbedrijf met als tekst: Hoek Loos brengt lucht tot leven.’
Tot dan toe volgde hij een opleiding tot leraar op de Pabo. Maar nadat hij als 18-jarige begon met amateurtoneel, wist hij wat hij echt wilde. ‘Ik vond het een prachtig idee om de hele dag niets anders te hoeven doen dan repeteren of sleutelen aan scènes. Ik heb toen gierend van de zenuwen een inschrijfformulier gehaald bij de toneelacademie in Maastricht. Acteurs als Pierre Bokma, Liz Snoyink en Huub Stapel kwamen van die school af en daar keek ik heel erg tegen op.’

Zijn hele studie lang bleef Bram spotjes inspreken, tot het moment dat hij afstudeerde en met een toneelgezelschap door het land begon te reizen. Toen kon hij het niet meer combineren. Pas in de jaren 90 pakte hij de draad van het inspreken weer op. De keuze tussen toneelacteren en stemacteren is een moeilijke voor Bram. ‘Ik ben geneigd te zeggen dat ik voor toneelacteren zou kiezen, al zitten daar ook veel nadelen aan.’ Zo vindt hij het vervelend dat je op het toneel zo afhankelijk bent van collega’s, de regisseur en het publiek. Klikt het tussen de spelers en de regisseur, houden ze het tachtig voorstellingen met elkaar uit? Zitten de zalen vol? ‘Ik heb het bijna nooit meegemaakt dat ik het jammer vond als een toneelproductie was afgelopen.’
Daarnaast ziet Bram ook de nadelen van het stemmenwerk. ‘Als je succesvol bent als stemacteur bestaat het risico dat mensen denken: die horen we al zo veel, die bellen we nu maar een tijdje niet. Bij toneel heb je meer continuïteit. Als mensen je hebben zien spelen en ze vinden je goed, dan krijg je wel weer een nieuwe rol aangeboden. Ik vind het lastig om te kiezen tussen toneel of stemmenwerk.’

'Fijne middag'

Zijn weg naar succes als voice-over omschrijft Bram als een rollende sneeuwbal. ‘Het ging van één spotje per jaar, naar één per maand, dan één per week en vervolgens ben je elke dag aan het werk. Ik heb nooit echt demo’s verstuurd. Wel staan er wat voorbeelden op mijn site, maar die staan er al zo lang op dat ik denk dat die nog uit het guldentijdperk stammen. Die moet ik er toch echt eens een keer afhalen.’ In zijn carrière moet Bram enkele duizenden spotjes hebben ingesproken, maar als je hem vraagt naar voorbeelden, moet hij lang nadenken. ‘Vaak ben ik dat bij thuiskomst al weer vergeten. Dan vertel ik dat ik zo gelachen heb in de studio, maar kan ik me niet meer herinneren voor welk product het was.’

‘Het leukste vind ik het spelen van een dialoog in een commercial. En helemaal als je de vrijheid hebt om uit te zoeken hoe de dialoog het allergrappigst klinkt. Die vrijheid is er niet vaak, want meestal moet een tekst eerst door twintig mensen goed worden gekeurd. Van een oorspronkelijk leuk idee, blijft dan vaak niet zo veel meer over.’
Een extreem voorbeeld hiervan maakte Bram ooit mee toen hij een commercial moest inspreken voor een groot internationaal cosmetica-concern. ‘Toen ik het had ingesproken, was iedereen in de studio tevreden. Ik kon bijna naar huis, maar de mensen van het reclamebureau wilden het voor de zekerheid telefonisch toch even laten horen aan Piet, de klant. Toen die persoon na een half uur pas uit vergadering kwam, bleek dat hij het niets vond. Ik moest een compleet herschreven tekst nog een keer inspreken. Weer iedereen tevreden, nu inclusief Piet. Ze wilden het alleen nog even checken bij een hoge internationale baas. Je raadt al dat hij het helemaal anders wilde. Tekst weer herschreven en toen moest ik het voor de derde keer die middag inspreken. Ik heb uiteindelijk een hele middag in de studio gezeten. Als genoegdoening voor de ‘fijne’ middag kreeg ik een doos vol crèmes en shampootjes.’

Retteket

Teksten van commercials zijn niet zelden slecht geschreven, vindt Bart. Soms gaat dat zelfs zover dat het geen Nederlands meer te noemen is. ‘Maar je kan het niet maken om een tekst te weigeren, tenzij het iets principieels is. De klant is koning en als die wil dat je Retteketet Retteketet inspreekt, dan moet je dat gewoon leveren. Eén keer heeft Bram geweigerd om het foute taalgebruik van een klant in te spreken. ‘Ik moest een lokale commercial inspreken voor een slagersbedrijf die claimde ‘het beste vlees van Limousine-koeien’ te hebben. Ik had de schrijffout in de tekst wel gezien, maar ik wist dat het ging om Limousin-koeien, uit de Franse streek Limousin. Ik had het dus goed ingesproken en opgestuurd. Kreeg ik de volgende dag de opdrachtgever aan de telefoon die vond dat ik ‘limousine’ moest zeggen, als in de auto. Dat heb ik toen geweigerd. Als je echt iemand ‘limousine’ wilt laten zeggen, moet je maar een andere stem kiezen, heb ik toen gezegd. Ze hebben het uiteindelijk zo gelaten.’

Bram Bart ('s-Hertogenbosch, 23 april 1962 – Leuven, 8 april 2012)